Het orgel: meer dan 1000 fluiten
Wist je dat een orgel een blaasinstrument is en dat daarvoor vroeger een ‘balgentreder’ werd ingehuurd? En ook dat het met handen en voeten bespeeld wordt? Of hoe je alle registers kunt opentrekken? Daarover (en nog veel meer) vertelt Ike Wolters, sinds 2003 organist van de kerk.
Millimeterwerk
Het geluid van een pijporgel ontstaat doordat er lucht door de pijpen wordt geblazen. Je kunt het vergelijken met een hele serie fluiten, zoals een panfluit. Voor iedere toonhoogte wordt een pijp met een andere lengte aangeblazen. De vorm en het materiaal waarvan de pijp gemaakt is, bepalen de toonhoogte en het soort geluid.
Ike Wolters vertelt: “Er staan houten en metalen pijpen in het orgel, die laatste zijn een legering van tin en lood. Meer tin maakt een klank helderder, meer lood geeft een donkerdere kleur aan de klank. Om het orgel te stemmen moet een pijp soms iets wijder, soms iets nauwer gemaakt worden. De lengte en de omvang steken heel nauw, soms gaat het maar om een halve millimeter. Er kunnen ook haarscheurtjes in een pijp zitten, die moeten dan gesoldeerd worden.”
Gevraagd naar het totale aantal pijpen moet Ike even rekenen: ze komt op een totaal van 1.272.

Ike Wolters is sinds 2003 de vaste organist van de Broeker Kerk.
Met handen en voeten
Hoe bespeel je een orgel? Door de toetsen en pedalen in te drukken, opent de organist ventielen die lucht naar de specifieke pijpen leiden en ontstaat het gewenste geluid.
“Het orgel in Broek heeft twee manualen en een voetklavier. Dat zijn de belangrijkste kenmerken waarmee een organist meteen weet welke muziek je erop kunt spelen”, aldus Ike. Kijk je naar de toetsen, dan lijkt het op pianospelen. Toch blijkt het complexer te zijn. Een organist heeft inderdaad toetsen die met de hand bediend worden (manualen), in Broek zijn dat twee rijen. Daarnaast is er een ‘derde klavier’ oftewel voetpedaal. Dat is niet één pedaal maar een hele serie houten pedalen. Ike: “Een organist leest de bladmuziek dus altijd op drie notenbalken. Dat voetpedaal is voor de laagste noten en geeft extra body, daarmee kan ik bijvoorbeeld de baspartij aanvullen wanneer ik een koor begeleid.”
Fluiten en trompetten
We zijn er nog niet, want een organist heeft nog meer mogelijkheden om de klanken te laten variëren. Boven de witte toetsen zit namelijk een serie knoppen met namen van muziekinstrumenten, dit zijn de registers. Door zo’n knop uit te trekken of terug te duwen, schakel je een groep pijpen in of uit die dezelfde klank hebben. Daarmee wordt het geluid nagebootst van muziekinstrumenten, bijvoorbeeld fluiten, trompetten of gemshoorns. De namen zijn bedacht door de eerste orgelbouwers, rond 1600. Ike: “Hoe meer geld er beschikbaar was, hoe meer leuke dingen toegevoegd konden worden.”
De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Door registerknoppen uit te trekken schakel je een groep pijpen in die dezelfde klank hebben.

De binnenkant van het orgel.

Orgelreparateur Jan Ballintijn van de firma Flentrop repareert een orgelpijp (2012).
Van balgentreder tot windmachine
Als een orgel een blaasinstrument is, waar komt dan die benodigde lucht vandaan? Een organist had vroeger altijd iemand nodig om voor de windvoorziening te zorgen: een balgentreder (of orgeltrapper) moest het orgel voorzien van constante winddruk. Met zijn volle gewicht stond de balgentreder te trappen op houten hefbomen, om de blaasbalgen vol te pompen met lucht. Bij het leeglopen van de balg werd de wind het orgel in geblazen. Hoe meer toetsen en registers tegelijk werden gebruikt, hoe sneller moest worden gepompt.
Het treden van de balgen moet zwaar werk zijn geweest. Eeuwenlang was dit een taak voor arme mannen en ook vrouwen die zo op zondag een paar centen konden bijverdienen. De komst van een elektrische windmachine, een soort ventilator, maakte het werk van de balgentreder overbodig.

De balgentreder stond met zijn volle gewicht op de houten hefbomen te trappen. Zo werden de blaasbalgen volgepompt met lucht.
“Riedeltjes”
“Eigenlijk was het Broeker orgel een soort gebruiksvoorwerp, speciaal ontworpen om de kerkzang te ondersteunen. In die tijd waren dat vooral psalmen. Met name de psalmen van componist en orgelspecialist Johannes Worp laten zich op het Broeker orgel erg goed spelen: intieme, zachte riedeltjes op het bovenklavier en stevige, lange noten op het onderklavier. Daarin is het Broeker orgel vrij uniek”, aldus Ike. Dat lijkt geen toeval: orgelcomponist Johannes Worp werd in 1821 geboren in Broek in Waterland en het lijkt aannemelijk dat hij adviseerde bij aanpassingen aan het Broeker orgel in 1880. Worp is in heel orgelspelend Nederland nog steeds bekend. Zijn bewerkingen van alle psalmen en gezangen uit die tijd worden vandaag de dag nog steeds bij kerkdiensten gespeeld.
Muzikale tijdreis
Ike: “Ieder orgel heeft kenmerken die passen bij de muziek uit de tijd waarin het gebouwd werd. Bij het Broeker orgel uit 1832 kun je dan denken aan componisten zoals Mendelssohn en Rheinberger. Het heeft een wat vollere, rondere en minder gedetailleerde klank dan oudere orgels. Het orgel van de Grote kerk in Edam, uit 1662, is bijvoorbeeld vooral geschikt voor muziek uit de vroege barok, zoals gecomponeerd door Buxtehude. Het orgel van de Grote Kerk in Monnickendam is teruggerestaureerd naar hoe het was in 1780, en dat leent zich goed voor de wat galantere muziek van Bach en ook Sweelinck. En het orgel van de nieuwere katholieke kerk in Monnickendam is uit 1912. Dat is vooral geschikt voor muziek uit de laat- en Franse romantiek, met componisten zoals Max Reger en César Frank. Zo kun je via de orgels een muzikale reis door de tijd maken.”
Meer weten over de geschiedenis van het orgel en de kenmerken bekijken? Kijk dan hier.
TK | 2025
